Les 12: Wind

Buiten vliegen is zo leuk, maar wind is toch wel direct aartsvijand nummer 1 bij leuke vluchtjes. Regen in theorie ook, maar dat mijd je meestal vooraleer je aan een vluchtje begint. Maar hoe zorg je ervoor dat je niét in een boom terechtkomt? 

Binnen en buiten

Met je drone kan je makkelijk vliegen: zowel binnen, in grote ruimtes, of buiten bij mooi windstil weer. Op dat moment gedraagt je DJI Ryze Tello drone zich fantastisch. Boven grond tenminste. Immers, zo een lichte drone is ‘normaal gezien’ gemaakt voor ideale omstandigheden en geeft dan echt wel heel wat plezierige tijden. Het is echter bij buitenvluchten met wat wind dat je hinder opmerkt.

Een heel zacht briesje is geen probleem. Je merkt wel dat je af en toe moet tegensturen, maar buiten het feit dat je Tello lichtjes schuin hangt tegen de windrichting in, is er geen vuiltje aan de lucht. Pun intended.

Eens de wind echter meer opsteekt, en dat hoeft niet veel te zijn, dan ben je er vaak aan voor de moeite. Tot een bepaald punt lukt vliegen nog, maar op een zeker moment gaan bepaalde richting uitsturen plots geen effect meer hebben… als je niets extra’s onderneemt. Het voelt aan als tegen de stroom inzwemmen in een golvenbad. Heel vermoeiend en je drijft meer en meer af. En dan is een boom heel dichtbij en kan je proberen op àlle mogelijke manieren je drone terug uit die hoge boom te krijgen, zonder kleerscheuren (voor jezelf en de drone). Beter voorkomen dan genezen dus?

Slow en fast

Gelukkig is er -bij beperkte wind- een makkelijke oplossing voor elk probleem. We zetten enkele tips alvast op een rijtje:

  • Blijft je drone niet goed ter plaatse hangen? Vlieg op een minimale hoogte van 2 meter, bij voorkeur 3 meter boven een goed verlichte grond. Immers, je Tello localiseert zijn positie (dan pas) met een camera die naar beneden kijkt. Daartoe is meer zien beter en meer contrast en meer verschillen zien helpt de drone.
  • Vlieg tegen de wind in. Een eenvoudige tip maar zo een handige. Immers, bij plotse windstoot vliegt je drone dan niet plots verder weg, maar ‘terug’ naar jou als bestuurder, met kans voor betere controle over je Tello.
  • Is sturen moeilijk bij opstekende wind? Schakel via de opties de drone van de standaard “Slow”-modus naar de “Fast”-modus (“Sport“-modus). (settings-knop, tandwieltje) De sticks op het scherm worden blauw. De drone reageert vlotter, ook heftiger, en vliegt sneller (in normale omstandigheden). De propellers draaien ook hoorbaar sneller. De batterij zal natuurlijk ook sneller leeg raken, mààr je drone wordt plots wél controleerbaarder en vliegen is terug aanvaardbaar. Wel eens goed oefenen. We willen niet crashen of natuurlijk ‘mooie’ Fly Aways vermijden.
  • Nog moeilijkheden met sturen? Vaak is sturen met de smartphone moeilijk. Schakel waar mogelijk op een fysieke controller. Dit is zoveel makkelijker om kleinere manoeuvres uit te voeren of je toestel te controleren in variabele omstandigheden.
  • Echt probleem? Maak een landing. Helpt altijd en geeft je tijd om even na te denken.

Blijf veilig vliegen: vlieg bij daglicht, goed geoefend, met maximale oplettendheid en ruimte rondom en steeds met VLOS. Hou zeker ook de afstand klein voor maximaal signaal tussen drone en smartphone. En… vermijd bomen. Zoals op het strand bijvoorbeeld…