Les 8: Hoe crashes vermijden

Een onoplettendheid en je drone ligt (weer eens) op de grond. Wééral die IMU hercalibreren, of nieuwe props steken… Misschien best even enkele tips over hoe best al die crashes vermijden? Het komt je minidrone ten goede en zelf kost het je ook minder. We zetten de meest frequente crashes en hun oorzaken op een rijtje.

Binnen en crashen

 Je hebt pas je drone en je beslist om eens een testvluchtje te doen. Je besluit geen risico te nemen en voor de eerste keer binnen te vliegen. Verkeerde beslissing. Immers:

  • Je hebt niet genoeg plaats. Je drone kan overal naar bewegen, zeker een eerste keer als je alles wil uitproberen vlak na de ‘unboxing’…
  • Je hebt niet genoeg licht/contrast. Je drone bepaalt immers zijn positie door “naar de grond” te kijken, en zoekt daar contrast en herkenpunten. Met te weinig licht (kunstlicht) of een te monotoon tapijt heeft je drone geen referentie en drijft die alle kanten op.
  • Mocht je een (grotere) drone hebben mét GPS, is de GPS-ontvangst (waarmee de drone zijn positie bepaalt) binnen ook té beperkt. Gevolg? Hetzelfde als hierboven: de drone drijft alle kanten op.

Hoe dit vermijden? Vlieg de eerste keren buiten, op een ruim en leeg terrein bij windstil en zonnig weer.

 

Vooruit is niet altijd vooruit

 Vaak vlieg je rond en plots hang je in de struiken. Reden? Je was vergeten wat de voorkant van de drone was.

Hoe dit vermijden? De oplossing is eenvoudig:

  • Hou je drone steeds in VLOS en observeer de beweging. Zo hou je een duidelijk beeld in je hoofd van waar de voorkant zich bevindt.
  • Markeer de voorkant (of de achterkant). Dit kan via een kleurverschil op de body, een custom bestickering of door voorste en achterste propellors van een verschillend kleurtje te kiezen. Een beginnende Drone ACE kan bijvoorbeeld groene props vooraan en rode props achteraan nemen. (Ook handig voor gevorderden hoor)

 

Achteruit en de grond op

 Achteruitvliegen kan toch zo mooi zijn voor knappe panorama-shots te maken. Maar achteruitvliegen betekent ook niet zien waar je vliegt en ook geen enkele vorm van sensor/richting te hebben. Makkelijk zat dus om een omheining, draad of boom te raken.

Hoe dit vermijden? Wens je toch achteruit te vliegen, vlieg dan diezelfde route eerst voorwaarts en doe dit dan achterwaarts. Zo oefende je al eens. Best natuurlijk helemaal vermijden dat je achterwaarts vliegt, maar kom, soms moet het.

 

Onzichtbaar is niet je vriend

 Ben je mooi over een weide aan het vliegen, knalt die drone naar beneden. Reden: stroomdraden die je niet zag. Ook doorheen een bos vliegen levert soms onverwachte crashes op. Reden? dunne takjes. In beide gevallen heb je te maken met de beperkte zichtbaarheid door het dunne karakter van de objecten. Door je snelle beweging, en mogelijk een FPV met te weinig detail, worden de objecten pas zichtbaar voor je om op te reageren als het al te laat is. Ook onder bruggen doorvliegen is niet altijd handig, want mogelijk ga je te vroeg de hoogte in en knal je tegen de onderkant.

Hoe vermijden? Gewoon voorzichtig zijn, en af en toe trager vliegen met voldoende licht: zo heb je maximaal contrast en maximale reactietijd.

 

Te laag is niet altijd veilig (en te hoog ook niet)

 Je wilt het zekere voor het onzekere nemen en dan vlieg je maar maximaal een metertje boven de grond. Crash. Waarom? Wel, de meeste objecten bevinden zich ook in dezelfde zone. De fout is al snel gemaakt om tegen een struik, auto, huisdier of persoon te knallen. Ook verplaats je wind met je drone, en die zorgt ervoor dat je niet altijd mooi kan blijven stil in de lucht hangen, of perfect je richting kan bepalen. Driften en … boem.

Hoe vermijden? Vlieg boven de 2 meter of minimaal op ooghoogte. Zo vermijd je tal van problemen.

 

Power to the power!

 Ben je lekker aan het vliegen, knalt die drone naar beneden?!? Reden: een (plots) lege batterij. Immers, je drone verbruikt mogelijk meer batterij bij verre afstanden (lager signaal) of bij plots ‘vechten tegen de wind’ of bij hogere snelheden.

Hoe vermijden? 

  • Check regelmatig je batterij-niveau op je scherm
  • Zet het batterij-alarm op een correct niveau (meer dan 10%)
  • Zet je geluid aan van je smartphone, dan hoor je ook waarschuwingen als die gegeven worden
  • Wissel regelmatig van batterij, je hebt er immers best een paar opgeladen met je mee

 

5 x goeie raad

  1. Hou steeds je aandacht bij het vliegen. Je bestuurt immers een voertuig.
  2. Vertrouw verder op veel van de automatisch ingebouwde veiligheidsmaatregelen van je drone
  3. Vooral: niet panikeren. Tot slot kan je (bijna) overal, in geval van twijfel, pauzeren in de lucht en/of landen
  4. Controleer ook nà elke crash uitvoerig je drone. Maak ‘m voorzichtig terug proper, kijk naar mogelijke beschadigingen en doe enkele testvluchtjes met een nieuwe batterij na eventuele reparatie en/of onderhoud. 
  5. Tot slot: vlieg met de propellorbeschermers op je drone. Het bespaart je heel wat leed en kapotte drones. 

 

Klaar?
LES 9 >>